Frivoliteiten zijn niet ontstaan aan mijn werktafel, maar als therapie. Mijn opgekropte gevoelens door dissociatie, (levend) verlies en neurodivergentie vonden hun weg naar klei, papier, textiel en (droog)bloemen. Kunst werd een taal die sprak wanneer ik dat zelf niet kon. Langzamerhand bleek het maken te helen. Toch bleef het een eenzame taal.
Mijn werk vertelde mijn verhaal, maar ik had nog nauwelijks ervaren hoe het is als iemand werkelijk luistert, zonder oordeel. Dat veranderde toen ik iemand ontmoette die mij niet 'raar',
'gevoelig' of 'teveel' vond. Iemand die nieuwsgierig bleef. Die mij zag, niet ondanks mijn kwetsbaarheid, maar juist mét alles wat ik meedroeg. Voor het eerst ervoer ik hoe echte verbinding
voelt. Gezien worden zonder mezelf te hoeven overschreeuwen.
Tijdens schematherapie begon ik mijn verschillende 'muppets' te onderzoeken: de delen van mezelf die ooit waren ontstaan om me te beschermen. Tussen al die stemmen kwam langzaam een lang onderdrukt deel naar voren. Ik noemde haar Frida. Geïnspireerd door Frida Kahlo staat zij voor mijn gevoelige, romantische en creatieve kern. Het deel dat de wereld intenser beleeft. Dat anders denkt. Dat zich jarenlang heeft aangepast om erbij te horen. Niet omdat er iets mis was, maar omdat het veiliger voelde. Waar ik haar vroeger probeerde te verbergen, leerde ik haar stap voor stap te omarmen. En juist uit die ontmoeting ontstonden de Frivoliteiten.
Kleine draagbare kunstwerken die herinneren aan wat we zo gemakkelijk vergeten: dat onze kwetsbaarheid geen tekortkoming is, maar een bron van menselijkheid. Dat we allemaal verlangen naar een plek waar we onszelf mogen zijn. Elke Frivoliteit draagt daarom meer dan een verhaal. Ze draagt de uitnodiging om, steeds opnieuw, jezelf te mogen zijn.
We hebben voortdurend invloed op elkaar hebben, vaak zonder dat we het weten. Een ontmoeting. Een zin. Een klein gebaar. Iets dat nog jarenlang kan doorwerken in het leven van een ander.
Dat beeld is met me mee gaan reizen.
Ik geloof dat mijn creaties ook zo'n rimpeling kunnen zijn.
Niet groot.
Niet luid.
Maar precies groot genoeg om iemand even stil te laten staan.
Ik werk zoveel mogelijk met gerecyclede materialen.
Niet alleen omdat ik verspilling wil voorkomen.
Maar omdat ik geloof dat iets wat afgedankt lijkt, opnieuw betekenis kan krijgen.
Dat geldt voor papier.
Voor textiel.
Voor klei.
En misschien ook wel voor mensen.
Ik hoop niet dat mijn werk antwoorden geeft.
Ik hoop dat het vragen stelt.
Dat iemand zich gezien voelt.
Dat een gesprek ontstaat.
Dat iemand zichzelf weer even herkent.
En misschien ontstaat er dan precies waar we elkaar ontmoeten, een kleine rimpeling.
Elke frivoliteit is een kleine rimpeling. Een herinneringsdrager. Een draagbaar kunstwerk dat niet vraagt om bewondering, maar om aandacht. Niet om gelijk, maar om nieuwsgierigheid. Niet om perfectie, maar om menselijkheid.